AI-verordening artikel 4: wie houdt toezicht op de AI-geletterdheidsplicht in Nederland?
Laatst bijgewerkt: 15 augustus 2026
Artikel 4 van de AI-verordening is de enige verplichting die vrijwel elke organisatie raakt die AI op het werk gebruikt — en tegelijk degene waarvan ten onrechte wordt aangenomen dat hij is uitgesteld.
Het korte antwoord. In Nederland coördineren de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) samen het toezicht op de AI-verordening. De RDI is het centrale aanspreekpunt onder artikel 70(2); de AP houdt toezicht op verboden praktijken, transparantieverplichtingen en het merendeel van de hoog-risicotoepassingen uit bijlage III. Artikel 4 van verordening (EU) 2024/1689 verplicht aanbieders en gebruiksverantwoordelijken maatregelen te nemen die voldoende AI-geletterdheid onder hun personeel ondersteunen. De plicht geldt sinds 2 februari 2025; het nationale toezicht is op 2 augustus 2026 begonnen.
Wie houdt in Nederland toezicht op de AI-verordening?
Nederland heeft gekozen voor een hybride, gedecentraliseerd model: geen nieuwe AI-autoriteit, maar toezicht verdeeld over bestaande toezichthouders binnen hun eigen domein.
De AP en de RDI zorgen samen voor de coördinatie van het stelsel — afstemming van toezichtaanpak, informatiedeling en kennisopbouw. De RDI is daarnaast het centrale aanspreekpunt onder artikel 70(2) van de verordening en de aanmeldende autoriteit voor conformiteitsbeoordelingsinstanties.
De AP krijgt een breed pakket: toezicht op verboden AI-praktijken, op de transparantieverplichtingen en op het merendeel van de hoog-risicotoepassingen uit bijlage III, waaronder biometrie, onderwijs, werving en selectie, toegang tot essentiële diensten, rechtshandhaving en migratie. Binnen de AP wordt het AI-markttoezicht zelfstandig en zichtbaar gescheiden van het bestaande AVG-toezicht georganiseerd.
Voor AI in gereguleerde producten (bijlage I) behouden de bestaande markttoezichthouders hun rol, waaronder de RDI, de ILT, de IGJ, de Nederlandse Arbeidsinspectie en de NVWA. Voor de financiële sector blijven AFM en DNB bevoegd.
De Uitvoeringswet AI-verordening regelt de formele aanwijzing. Het voorstel ging op 20 april 2026 in consultatie en wordt naar verwachting in het vierde kwartaal van 2026 bij de Tweede Kamer ingediend. Tot die tijd is de architectuur duidelijk, maar was de wettelijke grondslag voor nationale boetes nog niet afgerond.
Wat vereist artikel 4 precies?
Het vereist maatregelen die een voldoende niveau van AI-geletterdheid ondersteunen bij de mensen die AI-systemen voor u bedienen. Het vereist geen certificaat, geen specifieke cursus, geen benoemde kwalificatie en geen minimum aantal uren. De verordening stelt bewust geen vaste norm.
Na het Digital Omnibus — op 16 juni 2026 door het Europees Parlement bekrachtigd en op 29 juni 2026 door de Raad aangenomen — is de norm verzacht: van een plicht om een voldoende niveau te waarborgen naar een plicht om de ontwikkeling ervan te ondersteunen. Daarmee wordt het een inspanningsverplichting in plaats van een resultaatsverplichting. De vraag van een toezichthouder luidt niet meer „hebt u geletterdheid gegarandeerd?” maar „wat hebt u gedaan, en kunt u het aantonen?”
De Europese Commissie beschreef in haar FAQ over AI-geletterdheid van mei 2025 een werkbaar minimum. Organisaties zouden moeten:
- Algemeen AI-begrip borgen — medewerkers moeten weten wat AI is, hoe het werkt, welke systemen in gebruik zijn en welke kansen en risico’s daarbij horen.
- Rollen vaststellen — ontwikkelt u AI-systemen of gebruikt u systemen van anderen? De verplichtingen verschillen.
- Risico’s benoemen — welke risico’s de concreet gebruikte systemen meebrengen en welke maatregelen gelden.
Voor wie geldt de verplichting?
Voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen. Een aanbieder ontwikkelt een AI-systeem of laat het ontwikkelen en brengt het onder eigen naam op de markt. Een gebruiksverantwoordelijke zet een AI-systeem onder eigen gezag in binnen de beroepsuitoefening. De meeste organisaties zijn gebruiksverantwoordelijke.
De plicht omvat uw personeel en — in de woorden van de verordening — „andere personen die zich namens u bezighouden met de werking en het gebruik van AI-systemen”. Dat reikt verder dan werknemers: ook opdrachtnemers, uitzendkrachten en zzp’ers vallen eronder.
Cruciaal: artikel 4 is niet beperkt tot hoog-risico-AI. Gebruikt uw organisatie een algemene assistent voor correspondentie, dan valt u eronder. De risicoclassificatie bepaalt wat er daarnaast geldt, niet of artikel 4 van toepassing is.
Gebruikt mijn organisatie eigenlijk wel AI-systemen?
Vrijwel zeker wel, en op meer plekken dan verwacht. AI-functies zijn de afgelopen twee jaar in gewone bedrijfssoftware terechtgekomen, vaak zonder dat ooit is besloten om „AI in te voeren”.
- Generatieve assistenten in kantoorsoftware — concepten, samenvattingen, herschrijven, vergadernotities.
- CRM- en salestools die leads scoren of vervolgstappen voorstellen.
- Boekhoudsoftware die transacties automatisch categoriseert of afwijkingen signaleert.
- Wervingsplatforms die kandidaten rangschikken, screenen of matchen.
- Marketingtools die teksten, beelden of doelgroepen genereren.
- Klantenservicechatbots en automatische ticketroutering.
- Vertaal- en transcriptiediensten.
Daar komt de software bij die medewerkers zelf meenemen. Waar personeel consumenten-AI zonder formele goedkeuring voor werk gebruikt, is de organisatie in de praktijk alsnog gebruiksverantwoordelijke.
Sinds wanneer geldt de plicht en wat veranderde op 2 augustus 2026?
De plicht zelf geldt sinds 2 februari 2025. Op 2 augustus 2026 kregen de nationale markttoezichthouders formele toezicht- en handhavingsbevoegdheden.
| Datum | Wat ging gelden |
|---|---|
| 1 augustus 2024 | De AI-verordening trad in werking. |
| 2 februari 2025 | Verboden AI-praktijken en de AI-geletterdheidsplicht uit artikel 4. |
| 2 augustus 2025 | Regels voor AI-modellen voor algemene doeleinden, het governancehoofdstuk, het boeteregime; deadline voor aanwijzing van nationale autoriteiten. |
| 2 augustus 2026 | Start van het nationale toezicht op artikel 4. |
| 2 december 2027 | Hoog-risicoverplichtingen voor zelfstandige systemen uit bijlage III — uitgesteld door het Digital Omnibus. |
| augustus 2028 | Hoog-risicoverplichtingen voor AI in gereguleerde producten uit bijlage I. |
Heeft het Digital Omnibus de AI-geletterdheidsregels uitgesteld?
Nee. Dit is het hardnekkigste misverstand over de hervormingen van 2026. Het Digital Omnibus stelde de toepasselijkheid van de hoog-risicoverplichtingen uit bijlage III en bijlage I uit. Artikel 4 heeft het niet uitgesteld.
Het verzachtte de norm — van waarborgen naar het ondersteunen van de ontwikkeling — en liet de plicht, de toepassingsdatum en de start van het toezicht op 2 augustus 2026 ongemoeid. Wie de berichtgeving over „uitstel van de AI-verordening” als algemeen respijt las, zit inmiddels anderhalf jaar in een lopende verplichting.
Voor organisaties zonder hoog-risicosystemen is artikel 4 op afzienbare termijn de enige handhaafbare verplichting uit de AI-verordening.
Welke boetes gelden bij het niet naleven van artikel 4?
Aan artikel 4 zelf is geen boete verbonden. Dit is het punt dat het vaakst verkeerd wordt weergegeven.
Artikel 99 kent drie niveaus: tot 35 miljoen euro of 7 % van de wereldwijde jaaromzet voor overtreding van de verboden praktijken uit artikel 5; tot 15 miljoen euro of 3 % voor de verplichtingen die in artikel 99, lid 4, zijn opgesomd; en tot 7,5 miljoen euro of 1 % voor onjuiste of misleidende informatie. Voor mkb en start-ups keert het plafond om — dan geldt de laagste van beide waarden.
Artikel 99, lid 4, bevat een limitatieve opsomming, en artikel 4 staat daar niet in. Een boete uitsluitend wegens gebrekkige AI-geletterdheid kan dus niet op de verordening worden gebaseerd. Veel commerciële samenvattingen beweren het tegendeel en noemen het bedrag van 15 miljoen; dat staat niet in de tekst.
- Toezichthouders houden bevoegdheden zonder boete — informatieverzoeken, corrigerende maatregelen en aanwijzingen om de naleving te herstellen.
- Lidstaten mogen eigen sancties instellen. Artikel 99, lid 1, verplicht hen sanctieregels vast te stellen; of Nederland een nationale sanctie aan artikel 4 koppelt, blijkt pas uit de Uitvoeringswet.
- Ontbrekende scholing werkt verzwarend. Het reële risico is geen zelfstandige boete, maar een zwakkere positie zodra een toezichthouder u om een andere reden onderzoekt.
Waar begint een organisatie?
- Inventariseer de AI-systemen. Neem ook AI-functies mee in software die u al in licentie hebt, niet alleen als „AI” gekochte tools.
- Bepaal uw rol — aanbieder of gebruiksverantwoordelijke, per systeem.
- Breng in kaart wie elk systeem bedient, inclusief opdrachtnemers.
- Zorg voor algemeen begrip — wat de systemen doen, waar ze falen en wat de organisatie verwacht.
- Leg vast wat u wanneer hebt gedaan. Bij een inspanningsverplichting is het bewijs van de inspanning de naleving.
Proportionaliteit loopt overal doorheen. Een bedrijf van twaalf mensen met een assistent voor correspondentie wordt niet afgemeten aan een bank met kredietscoring.
Veelgestelde vragen
Geldt artikel 4 ook voor kleine bedrijven?
Ja. De AI-verordening kent voor artikel 4 geen omvangdrempel en geen minimum aantal medewerkers. Ook een zzp’er die een AI-assistent gebruikt voor klantmails is gebruiksverantwoordelijke. Met de omvang verandert alleen de proportionaliteit van de verwachte maatregelen — een kleine organisatie hoeft minder te doen, maar zeker niet niets.
Hebben we een certificaat nodig als bewijs?
Nee. De verordening noemt geen kwalificatie, geen certificaat en geen geaccrediteerde cursus, en een accreditatiestelsel specifiek voor artikel 4 bestaat niet. Wat telt is dat u maatregelen hebt genomen en die kunt aantonen: de inhoud, de deelnemers, de datum en de koppeling met de AI-systemen die u daadwerkelijk gebruikt.
Is de AP of de RDI mijn toezichthouder?
Dat hangt af van het systeem. De AP houdt toezicht op verboden praktijken, transparantie en de meeste hoog-risicotoepassingen uit bijlage III. De RDI is het centrale aanspreekpunt en aanmeldende autoriteit. Beide coördineren samen het stelsel; sectorale toezichthouders zoals AFM, DNB en de IGJ blijven binnen hun eigen domein bevoegd.
Geldt artikel 4 alleen voor hoog-risicosystemen?
Nee. Artikel 4 geldt volledig los van de risicoclassificatie van het gebruikte systeem. Een classificatie als hoog risico brengt alleen aanvullende verplichtingen mee, zoals het menselijk toezicht uit artikel 26. De geletterdheidsplicht zelf raakt iedere aanbieder en gebruiksverantwoordelijke van elk AI-systeem, ook bij minimaal risico.
Vallen opdrachtnemers en zzp’ers er ook onder?
Ja. Artikel 4 omvat personeel en andere personen die zich namens de organisatie bezighouden met de werking en het gebruik van AI-systemen. Opdrachtnemers, uitzendkrachten en zzp’ers die uw AI-systemen bedienen vallen er dus onder — daarom is het de breedste enkelvoudige verplichting uit de hele verordening.
Wat gebeurt er als we niets doen?
Artikel 4 draagt geen eigen boete, omdat het niet in de limitatieve opsomming van artikel 99, lid 4, staat. Markttoezichthouders kunnen wel informatie en corrigerende maatregelen eisen, Nederland kan eigen sancties instellen, en het ontbreken van scholing verzwakt uw positie zodra een toezichthouder u om een andere reden onderzoekt.
Is de deadline voor AI-geletterdheid uitgesteld?
Nee. Het Digital Omnibus stelde de hoog-risicoverplichtingen uit tot december 2027 en augustus 2028, en daarover ging de berichtgeving. Artikel 4 viel daar niet onder. Alleen de norm is verzacht, van waarborgen naar ondersteunen, maar noch de toepassingsdatum noch de datum waarop het toezicht begon is verschoven.
Bronnen
- Verordening (EU) 2024/1689 — volledige tekst op EUR-Lex
- Europese Commissie — governance en handhaving van de AI-verordening
- Overzicht van nationale implementatieplannen
Dit artikel legt de verordening in algemene zin uit en is geen juridisch advies. Welke verplichtingen precies gelden hangt af van uw systemen en rechtsgebied.
Español (España)
Polski (PL)
Italiano (IT)
Deutsch (Deutschland)
Français (France)
Nederlands (nl-NL)
English (United Kingdom)